In november 1949 kopte de Groene Amsterdammer: ”t Duyvelsgat, een experiment in huisvesting’. Het betrof de bouw van een semi-permanent barakkendorp voor 196 studenten.In Delft was de aanzet gegeven voor een experiment: het eerste ‘studentencomplex’ van het land, genaamd ‘het Duyvelsgat’.

Na de oorlog verdubbelde het aantal studenten aan denTechnische Hogeschool, ingenieurs waren namelijk nodig voor de wederopbouw van het land. Die wederopbouw kostte voor de regering uiteraard een grote inspanning, waardoor er geen belang werd gehecht aan het oplossen van de kamernood onder de groeiende groep studenten. Een kleine groep hoogleraren en studenten sloegen daarom in 1945 de handen ineen om zich te gaan concentreren op de problemen in de Delftse studentenhuisvesting.

In 1949 boekt de stichting onder leiding van de professoren een eerste succes. In Groningen en Nijmegen staan lege barakken die gratis overgenomen kunnen worden, mits ze ter plaatse zelf uit elkaar worden gehaald. Studenten reizen er naartoe, halen de barakken uit elkaar en bouwen ze in Delft weer op. Zo werd in een half jaar tijd met kunst- en vliegwerk het barakkencomplex ‘het Duyvelsgat’ gebouwd, waarbij de ingenieurs zich van de meest pragmatische kant lieten zien. Geld en spullen worden bij elkaar gesprokkeld waarbij de netwerken van oud-studenten volop worden aangesproken. Om nog verder op bouwkosten te besparen werd zelfwerkzaamheid geïntroduceerd.

Het complex bestond uit elf afzonderlijke barakken en was uniek voor die tijd. Behalve 11 barakken voor 196 studenten stonden er twee woningen voor beheerders, een conciërgehuis en vier complete huisjes voor getrouwde studenten. Ondanks het tijdelijke karakter was het er niet minder comfortabel op: elke barak  had een eigen telefoon, werkster, douche, waskamer en centrale verwarming. Bovendien waren de kamers gemeubileerd met bed, stoel en bureau. Alles voor een prijs van maar 35 gulden, .. per maand.

Alles gezegd en overdacht zijnde, kunt u natuurlijk vragen (…) of die tweehonderd gehuisvesten nu zoveel gewicht in de schaal leggen bij een studentenmassa van zesduizend. Het antwoord daarop is: ja. Ten eerste werkt dit dorp (en zijn prijzen) in zekere zin ‘kalmerend’ op eventuele ‘wildheden van al te vrolijke hospita’s’. En ten tweede, belangrijker nog, is het een mooi werkvoorbeeld voor anderen hier en in de overige universiteitssteden. De mensen die hier wonen, hebben inderdaad het gevoel dat zij proefkonijnen zijn in een groot experiment van behuizing; maar anders dan bij echte proefkonijnen plukken zij zelf de vruchten van het slagen der proef (Uit de Groene Amsterdammer, 12 november 1949).

Van het oude Duyvelsgat is helaas niks meer over, maar de geschiedenis lijkt zich te herhalen. In 1949 waren het professoren die de handen ineen sloegen, 65 jaar laten studenten, maar met hetzelfde doel: de huisvestingsproblemen aanpakken van de Delftse studenten. Met de oplevering van ‘Aan ’t Verlaat’ door SHS Delft is er voor 150 studenten in nieuwe tijdelijke studentenhuisvesting voorzien. De cirkel is dus eindelijk rond.

Share on Facebook0Tweet about this on TwitterShare on LinkedIn0Email this to someone